mijnlio

Just another WordPress.com site

Coöperatief leren 2 mei 2012

Van mijn mentor heb ik begrepen dat het moeilijk is om in de klas groepjes te vormen die goed samenwerken, dit omdat veel kinderen in elkaars aanwezigheid drukker worden of juist meer op de achtergrond treden. Omdat de kinderen later ook veel te maken zullen krijgen met samenwerking vind ik het belangrijk dat kinderen nu al leren hoe je samen moet werken en hoe je dit aan kunt pakken. Ik denk dat ik dit samenwerken kan bevorderen door werkvormen aan te bieden waarin kinderen een wederzijdse afhankelijkhied hebben en waarbij betrokkenheid bij elkaar gestimuleerd wordt en waarbij tegelijkertijd communicatie met elkaar nodig is om de opdracht met een goed resultaat af te ronden. Coöperatieve werkvormen zijn hiervoor naar mijn idee heel geschikt. Ik wil daarom met enige regelmaat, minstens één keer per week, coöperatieve werkvormen in de klas toepassen.

Wat houdt dit in voor de leerlingen?

– De leerlingen krijgen tijdens de kring of tijdens de werkles een werkvorm waarbij wederzijdse afhankelijkheid, betrokkenheid en communicatie centraal staat.
– De leerlingen voeren met enige regelmaat een gezamenlijke activiteit uit in plaats van een zelfstandige.
– De leerlingen worden in steeds andere heterogene groepen ingedeeld bij deze werkvormen.

Wat houdt dit in voor mij?

– Ik ga me verdiepen in de theorie van coöperatieve werkvormen.
– Ik ga op zoek naar werkvormen die geschikt zijn voor een groep 3/4
– Ik ga op zoek naar werkvormen die gericht zijn op communicatie.
– Ik voer minstens één keer in de week een werkvorm uit waarbij wederzijdse afhankelijkheid, betrokkenheid en communicatie centraal staat.
– Ik neem mee aan de studie(mid)dagen over coöperatieve werkvormen die op mijn stageschool worden aangeboden.

Wat wil ik hiermee bereiken?

– Kinderen zijn meer betrokken bij elkaar.
– Kinderen zijn in staat zelf problemen of conflicten op te lossen.
– Kinderen ontwikkelen een grotere woordenschat.
– Kinderen oefenen hun spreekvaardigheid.
– Kinderen leren samenwerken met andere kinderen.

TWEE STUDIEMIDDAGEN!
Op 14 december en 5 april kregen we op mijn stageschool een studiemiddag over coöperatief leren. Dit paste natuurlijk perfect bij mijn LIO-doel dus daar was ik erg blij mee. Ik had al wel eens vaker een studiemiddag meegemaakt over coöperatief leren. Daar haakte de school in op samenwerken en teambouwers. Maar de Moolhoek had er voor gekozen om te kiezen voor coöperatief leren toepassen op taalgebied.

Hieronder een verslag van wat we geleerd hebben tijdens deze studiemiddagen.

Er kwam iemand van het RPCZ om ons het één en ander te vertellen.

Als eerste kregen we een werkboek met daarin een flink aantal verschillende structuren:
“Coöperatieve leerstrategieën binnen taal”.

Ze begon te vertellen waar coöperatieve leerstrategieën eigenlijk voor staan. Ze vertelde ons dat dit eigenlijk heel makkelijk aan te geven is met GIPS.

G = gelijke deelname.
I = individuele aanspreekbaarheid.
P = positieve wederzijdse afhankelijkheid.
S = Simultane interactie

Ook vertelde ze dat ondanks dat wij voor taal gekozen hadden als school we toch ook gaan werken aan de sociale vaardigheden bij leerlingen.
We werken namelijk aan:
– Wachten op je beurt.
– Luisteren naar de ander.
– Elkaar aankijken.
– Elkaar bedanken.

Ook zullen we gaan werken aan hogere leerprestaties doordat iedere leerling na moet denken en spreken met anderen. Iedere leerling moet de vraag dus beantwoorden.

En als laatste, maar zeker niet minder belangrijk was dat werken met coöperatieve werkvormen ook bijdraagt aan je klassenmanagement. Je werkt met de leerlingen namelijk aan:
– Een stilte-teken > De hele klas is verantwoordelijk voor de stilte in de klas.
– Het stemvolume > Je bespreekt met de leerlingen welk stemvolume je gebruikt bij
een opdracht. Ook daar dragen ze weer samen
verantwoordlijkheid voor.

Ook werd er verteld dat het voor het werken met coöperatieve werkvormen het handigst is als de klas in groepjes van 4 of 5 werd ingedeeld en waarbij iedere plek een nummer toegewezen kreeg.
Als je dit deed kon je ook weer werken aan je klassenmanagement. Je kunt dan bijvoorbeeld zeggen willen alle nummers 1 een vel papier komen halen voor hun groep. Of kunnen alle nummers 4 de schriften van hun groep in komen leveren. Op deze manier zou je een hoop minder lopers hebben in je klas en wordt het overzicht makkelijker.
Op de volgende manier:


Omdat ik zelf stage loop in groep 4 werd het me eigenlijk gelijk duidelijk dat het lastig zou worden om de leerlingen te laten onthouden welk plekje zij hadden. Ik heb daar dan ook gelijk iets op verzonnen.
De week na de eerste studiemiddag heb ik de groep veranderd en heb ik alle leerlingen laten zitten in groepjes van 4 of 5.

Ieder groepje kreeg van mij een kleur en iedere tafel een nummer. Dit plakte ik in de rechter bovenhoek van hun tafel. Zo konden de leerlingen als ik ze vroeg of alle nummers 3 scharen voor hun groep wilden gaan halen gelijk zien welk nummer ze waren.

Ook voor het werken in andere groepjes was dit erg handig. Ik had de tafelkaartjes namelijk nog een keer uitgeprint en gelamineerd. Als ik dus wilde dat de leerlingen in een andere samenstelling gingen werken kregen ze van mij zo’n kaartje en gingen ze zitten op de plek die op hun kaartje stond.

Het systeem zie je hieronder. Er zijn steeds twee dezelfde kaartjes. Het éne kaartje kwam op de tafel van de leerling. Het andere kaartje was gelamineerd voor als er een andere samenstelling gemaakt moest worden.

Tijdens deze studiemiddagen hebben we de meeste werkvormen uit het werkboekje uitgevoerd. We kregen steeds zelf een opdracht die we op de manier van het coöperatief leren moest worden uitgevoerd. Dus met het stilte-teken, met het stemvolume, maar ook met het bedanken van elkaar na een structuur. Op deze manier hebben we zelf goed kunnen ervaren wat dat nou eigenlijk is: werken met coöperatieve leerstrategieën, maar vooral ook of het iets is dat bij ons zou passen.

Er werd ons van te voren al verteld dat er in dit werkboek een heleboel voorbeelden stonden, maar dat dit ze nog lang niet allemaal zijn. Daarom heb ik ze aangevuld met strategieën die ik zelf had gevonden in andere boeken en op internet en die mij fijn of handig leken om mee te werken.

Tijdens de laatste studiemiddag werd ons ook verteld dat het handig was als we bordkaarten zouden hebben. Dit zijn dan kaarten die je op het bord kunt projecteren en waarop voor de leerlingen simpel en kort precies staat uitgelegd hoe de structuur ook al weer werkt. Op deze manier hoef je hem dan niet steeds uit te leggen en kun je veel tijd winnen op de dag.

Het maken van deze bordkaarten heb ik gelijk op me genomen. Dit leek me inderdaad erg handig.
Hier na zal een link naar de powerpoint presentatie met de bordkaarten volgen. Daarachter ook gelijk de bordkaarten los. Als je op een structuur klikt zul je een document kunnen openen met de de activiteiten die ik per strategie heb uitgevoerd in de klas. Niet bij iedere strategie heb ik wat gedaan omdat ik deze dan misschien niet makkelijk toe kon passen. Wel heb ik hier dan bordkaarten van gemaakt zodat mijn collega’s deze ook konden gebruiken.
Natuurlijk heb ik ook niet alle werkbladen en opdrachten zelf gemaakt. Internet staat er vol mee. Dus waarom het wiel uitvinden als het er al is?
Een site waar ik veel vandaan heb gehaald is:
Leermiddel.digischool.nl

 

    powerpoint coöperatief leren bordkaarten



Hieronder staan een aantal van de bordkaarten die ook in de powerpoint te vinden zijn. Als je er op klikt kun je een documentje openen met daarin een aantal van de opdrachten die ik gedaan heb bij die werkvorm.

Advertenties
 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s