mijnlio

Just another WordPress.com site

Adaptief onderwijs 2 mei 2012

In mijn stageklas, groep 4, heb ik tijdens mijn observaties gemerkt dat er in de klas veel verschillen merkbaar zijn in niveaus bij de kinderen.
Dit is eigenlijk op ieder vakgebied wel van toepassing. Ook heb ik gemerkt dat er een flink aantal leerlingen met een hoog of gemiddeld niveau in de klas zitten en dat er voor die kinderen nog weinig uitdaging is in de klas.


Ik vind het van belang dat zowel leerlingen met een achterstand, als leerlingen met een voorsprong of gemiddelde ontwikkeling een uitdaging voelen in hun werk, maar zich vooral ook competent voelen. Daarom wil ik in overleg met mijn mentor gaan werken aan adaptief en gedifferentiëerd onderwijs.


Iedere periode, hoe lang deze periode is ligt aan hoe lang we werken aan een blok van rekenen, taal of spelling verdeel ik samen met mijn mentor de klas in 3 groepen:
Eén groep met leerlingen met een voorsprong,
één groep met leerlingen met een gemiddelde ontwikkeling
en één groep met leerlingen met een achterstand of moeizame ontwikkeling.


Aan de hand van observaties en hoe de toetsen van taal, spelling, rekenen en natuurlijk ook de cito’s gemaakt zijn bepaal ik in samenspraak met mijn mentor in welk groepje de leerlingen kunnen gaan werken.


Zelf ben ik niet zo’n voorstaander van het gebruiken van stoplicht kleuren om de groepjes in te delen, maar dit wordt schoolbreed gebruikt dus vandaar dat ik vanaf nu zal spreken over de:


Rode groep: Leerlingen met een achterstand of moeizame ontwikkeling
Oranje groep: Leerlingen met een gemiddelde ontwikkeling.
Groene groep: Leerlingen met een voorsprong.


Wat houdt dit in voor de leerlingen?
– De leerlingen werken op hun eigen ontwikkelingsniveau.
– De leerlingen zullen zich competent voelen.
– De leerlingen krijgen uitdaging in hun werk.


Wat houdt dit in voor mij?
– Ik verdeel de kinderen voor de komende periodes in adaptieve groepen in.
– Ik observeer de kinderen bij het maken van de opdrachten.
– Ik werk veel aan de instructietafel, waar ik extra instructie kan geven aan de kinderen.
– Ik evalueer mijn observaties


Wat wil ik hiermee bereiken?
– Kinderen ontwikkelen zich op niveau.
– Ik krijg inzicht in hoe het gediffrentieerd werken in een groep is toe te passen.


Werken met adaptief onderwijs in de klas.


Ik merk dat het werken met adaptief onderwijs in de klas nog geen makkelijke klus is. Het verwacht van jou als leerkracht een hoge inzet en het vergt veel tijd. Je moet goed weten wat de leerlingen aan kunnen en je maakt eigenlijk voor iedere leerling een apart programma.
Natuurlijk betekend dit niet dat je voor 26 leerlingen een los programma aan het schrijven bent, maar je denkt wel na over in welke groep de leerlingen passen en of ze mee kunnen komen met het programma dat je voor die groep bedacht hebt.


Hierna volgen de leerlingen ingedeeld in groepen per vakgebied.
Dus op taal, spelling en rekenen.
Ik heb alleen lettercodes neergezet omdat ik niet wil dat de namen van de leerlingen breeduit op internet staan.
Ik verwacht dat de meeste namen gedurende het schooljaar op deze plek zullen blijven staan. Maar natuurlijk hoop ik dat er meer leerlingen naar oranje en groen toe zullen gaan.





* Deze leerlingen krijgen een apart programma en doen dus niet mee met de rest van de klas.
* Deze leerlingen krijgen bij dit vak een uitvergroot werkboek i.v.m dyslexie of motorische problemen.
*** Deze leerlingen krijgen bij rekenen een lege kaart waarop per les wordt ingevuld wat er gemaakt moet worden.




























Voor taal is de volgende adaptieve oplossing bedacht:


De groene groep:

 
Verkorte instructie.Deze leerlingen krijgen iedere maandag aparte instructie van mijn mentor. Zij vertelt de leerlingen in het kort (verkorte instructie) wat er in de aankomende lessen van die week behandeld gaat worden en wat deze leerlingen moeten maken.Vervolgens gaan de leerlingen een week lang aan de slag met deze lessen. Ze hoeven niet meer mee te doen met de klassikale instructie, maar gaan gelijk aan de slag met hun werk. Zij zullen iedere week eerder klaar zijn met de lessen als de andere leerlingen. Ze kunnen er namelijk voor kiezen meerdere lessen op één dag te maken. Als ze hun werk van die week afhebben mogen zij verder werken aan taalmeesters, een werkstuk maken of een spreekbeurt voorbereiden.




De oranje groep:

 
Klassikale instructie.Deze leerlingen volgen de klassikale lessen. Ze luisteren naar de uitleg en gaan vervolgens zelfstandig aan de slag met hun werk. Ze krijgen dus een korte klassikale instructie. Deze leerlingen maken één les per keer, maar als ze klaar zijn mogen ze zelf een andere taalopdracht kiezen. Ze kunnen daarbij werken aan taalmeesters, maar ook aan bijvoorbeeld hun weektaak voor taal.




De rode groep:

 
Verlengde instructie.Deze leerlingen volgen de klassikale lessen. Hierbij krijgen ze een klassikale instructie en krijgen daarna de kans om of zelfstandig aan de slag te gaan of mee te doen met de verlengde instructie. Bij een aantal leerlingen vertel ik dat ze aan de instructietafel ‘moeten’ gaan zitten terwijl ik andere leerlingen de keus vrij laat. De reden hiervoor is dat er een aantal leerlingen zijn die er voor kiezen zelfstandig te werken, maar waarbij ik weet dat ze dan veel fouten maken. Daarom kies ik er dan voor die leerlingen bij me te roepen.


Voor spelling is de volgende adaptieve oplossing bedacht:


Algemeen:
Bij spelling werken we met twee onderdelen.
Op maandag, en woensdag krijgen de leerlingen een les uit hun spellingsschrift. Op dinsdag en donderdag werken de leerlingen met de categorie woorden van de week. Hierbij krijgen ze een werkblad met daarop allerlei woorden met bijvoorbeeld een –ei of –ij klank in het midden. Deze woorden moeten ze op dinsdag twee keer overschrijven in hun schrift en op donderdag ook twee keer.


De groene groep:

 
Verkorte instructie.
Deze leerlingen krijgen op maandag en woensdag mee met de klassikale instructie.
Op dinsdag en donderdag hoeven ze de woorden niet over te schrijven. Omdat we het wel belangrijk vonden dat de leerlingen blijven oefenen met deze woorden en we willen weten of ze de woorden ook in zinsverband goed kunnen schrijven hebben we er voor gekozen deze leerlingen op dinsdag met de categorie woorden een zin te laten maken. Ze kiezen minimaal tien woorden uit waar ze een zin mee maken in hun schrift.
Op donderdag mogen deze leerlingen werken in taalmeesters. Dit is een werkboek waar extra taal- of spellingsopdrachten in staan.


De oranje groep:

 
Klassikale instructie.
Deze leerlingen krijgen op maandag en woensdag klassikale instructie.
In het begin van het schooljaar schreven deze leerlingen de woorden twee keer over. Zowel op dinsdag als op woensdag.
Nu zijn we zo ver dat deze leerlingen hun woorden zowel op dinsdag als op donderdag maar één keer over hoeven te schrijven. Daarna kiezen ze minimaal vijf woorden uit waarmee ze een zin in hun schrift maken. Op donderdag moeten dit wel vijf andere woorden zijn als op dinsdag.


De rode groep:

 
Verlengde instructie.
Deze leerlingen krijgen op maandag en op woensdag klassikale instructie. Daarna krijgen ze aan de instructie tafel een verlengde instructie.
Op dinsdag en donderdag voeren ze de opdracht uit zoals beschreven in het algemene deel. Ze schrijven de woorden dus twee keer over.
Snelle leerlingen mogen ook proberen met een aantal woorden een zin te maken. Hier is geen aantal aan verbonden.




Voor rekenen is de volgende adaptieve oplossing bedacht:

Algemeen:
Tijdens de rekenlessen vertelde ik de leerlingen altijd welke sommen ze moesten maken en welke sommen niet. Dit vertelde ik per groep.
Dit ging erg vaak mis, want de leerlingen bleven vragen wat ze nou precies moesten maken. Als er meerdere leerlingen waren die er naar vroegen, legde ik de les stil en vertelde dit nogmaals. In het begin dacht ik: ach de leerlingen moeten hier aan wennen, dit komt vanzelf goed. Maar toen dit zo een tijdje door ging kreeg ik toch het gevoel dat het op deze manier niet zou werken. Dus had ik het volgende bedacht. Ik zou het eerst vertellen en tegelijkertijd op het bord schrijven.
Voorbeeld:


Groen:
som 1
som 2, samen met de juf
som 3,
som 4 > 1ste + 2de rijtje.
Oranje:
Som 1
som2 , samen met de juf
som 3.
Rood:
Som 2, samen met de juf.
Som3 > 1ste rijtje samen met de juf, de rest zelf.
som 4, 1ste rijtje.


Maar ook dit bracht toch nog vaak veel verwarring. De leerlingen keken bij de verkeerde kleur of maakten niet alles. En vaak bleven de leerlingen nog steeds vragen wat ze nou precies moesten maken.
En ook kostte het erg veel tijd. En die tijd ging van de les af. Want voor dat je dit alles opgeschreven hebt ben je wel even verder.


Toen heb ik er voor gekozen om een de leerlingen aan het begin van iedere week een kaart te geven waar op staat wat ze moeten maken. Dit heb ik vanaf blok 8 gedaan.
In de klassenmap stop ik het overzicht voor de hele groep en de leerlingen krijgen een kaart in hun eigen kleur waarop precies staat wat ze zelfstandig moeten maken en wat ze samen met de leerkracht moesten doen.


Zie onderstaand document. Hierin vindt je eerst het overzicht voor de hele groep zoals ik het in de klassenmap stop en daarna de kaarten voor de leerling. In het document zit het overzicht voor blok 11.


weekplan rekenen blok 11


Dit werkt als een speer. Ze worden namelijk niet meer verward door informatie die bij andere groepen staat en zodra de rekenles begint pakken ze hun boek erbij, kijken wat ze moeten maken en gaan ze aan de slag met hun werk.
Ze zijn nu ook al zover dat ze niet meer wachten totdat de leerkracht zegt wat ze moeten doen, maar ze gaan gewoon zelfstandig aan het werk. Als er op hun kaart staat dat ze iets samen met de leerkracht moeten doen slaan ze die opdracht over en zodra de uitleg van die som begint leggen ze hun spullen neer en doen ze mee. Ik ben erg blij met deze manier van werken en ga dit later zeker zelf ook toepassen in mijn eigen klas.


Er is éen leerling die deze manier van werken lastig vindt. Ze heeft dan op papier staan wat ze precies moet maken en als ze dit dan niet af heeft wordt ze erg boos op zichzelf. Ze is heel perfectionistisch en wil persé alles goed en af hebben als de les afgelopen is.
Zij krijgt aan het begin van de les dan ook een aparte opdracht. We bespreken samen wat ze van mij moet maken en wat ze zelf nog denkt af te hebben. Dit vullen we in op haar kaart en dan gaat ze aan de slag.

Advertenties
 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s